Waarom we straks, na vele weken thuiszitten, misschien wel voor een andere economie kiezen

Tot nu toe werd elke crisis die ons in de jaren na de Tweede Wereldoorlog trof, automatisch als een economische crisis gezien en was het vaste recept om met publiek geld de winstgevendheid van de grote bedrijven zo snel mogelijk te herstellen. Vanuit de aanname dat wanneer het deze ondernemingen weer voor de wind zou gaan, dit automatisch de werkgelegenheid en daarmee de economie van ons land ten goede zou komen, omdat dit geld via medewerkers en toeleveranciers weer terug zou vloeien naar de samenleving. 

Inmiddels weten we beter. Zijn we erachter gekomen dat deze gedachtegang niet klopt. Dat van het geld waarmee de overheid grote ondernemingen ondersteunde, een steeds groter deel naar aandeelhouders, maar ook naar salarissen en bonussen aan de top is gegaan. Met als resultaat dat de kloof tussen vermogenden en werkenden alsmaar groter werd. Over dit fenomeen, dat zich niet tot Nederland beperkte, heeft Thomas Piketti een lijvig boek geschreven, dat deze conclusie onderbouwt en in historisch perspectief plaatst; maar we hebben het ook zelf kunnen zien tijdens en vooral na de kredietcrisis. 

Ondanks dat je dus mag verwachten dat iedereen hier bekend mee is, leek het erop dat de overheid bij de eerste de beste maatregelen die zij vorige week in het kader van het Corona-crisis nam, opnieuw in haar oude reflex schoot, toen zij de grote bedrijven die brede steunmaatregelen eisten direct op hun wenken bediende. Daarom is het te loven dat de aanpak de volgende dag werd uitgebreid. Er ook voor het MKB, dat tenslotte de ruggengraat van onze economie vormt, en uiteindelijk zelfs voor zzp’ers, de groep die bij elke crisis de pineut is en als eerste de klappen opvangt, maatregelen werden opgetuigd.

Maar deze crisis is natuurlijk in de kern geen financiële crisis. Weliswaar zitten er grote financiële en economische consequenties aan dat wat ons nu overkomt, en het zou zomaar kunnen zijn dat we in een recessie wegglijden die de beurskrach van de dertiger jaren van de vorige eeuw en de kredietcrisis van twaalf jaar geleden doen verbleken, omdat dit keer echt iedereen, zonder enige uitzondering getroffen wordt. Alle lagen van de bevolking klappen krijgen. Zowel grote als kleine bedrijven in de problemen komen en dat ook nog eens op wereldwijde schaal. Maar de oorzaak ligt ergens anders. Want deze crisis lijkt weliswaar alle kenmerken van een volksgezondheidscrisis te hebben, maar is uiteindelijk een waardencrisis.

Omdat wat ons nu overkomt alles te maken heeft met de manier waarop we sinds het einde van de zeventiger jaren met elkaar, de aarde en het ecosysteem zijn omgegaan. De respect- en liefdeloosheid die we steeds meer aan de dag hebben gelegd. De industriële schaal waarop we alles en iedereen zijn gaan exploiteren. Geld dat – zonder dat de meesten van ons het in de gaten hadden – langzaam maar zeker het enige referentiekader werd, en andersom dus ook dat alles wat gratis was we automatisch hebben ondergewaardeerd, verwaarloosd en soms zelfs hebben opgegeven. Zoals onze medemenselijkheid, compassie, gezondheid, geluk en liefde. Maar ook de natuur, waarvan wij even waren vergeten daar een onlosmakelijk onderdeel van uit te maken.

Daarom kunnen we deze crisis niet oplossen met louter financiële steunmaatregelen. Moeten we onszelf, om te beginnen, een aantal prangende vragen stellen. Zoals willen we, over een aantal maanden – want zo lang zal deze crisis minimaal duren – nog wel de economie terug die tot een paar weken geleden nog zo vanzelfsprekend was? Willen we de ratrace, onze bullshitbanen en onze gehaaste en daarmee oppervlakkige manier van leven die daarbij hoort, dan gewoon weer oppakken? Denken we dan nog steeds dat de cynische, wantrouwende, harde en op kortetermijnwinst gerichte manier van zakendoen, de enige juiste is? Geloven we dan nog steeds dat de prijs van iets ook de waarde vertegenwoordigt, oftewel dat geld de maat der dingen is, het belangrijkste wat er op deze planeet is? Of zouden we ondertussen weer dingen hebben ontdekt, die misschien wel van veel grotere waarde zijn, ondanks dat ze amper of niets kosten? Oftewel zouden we, wanneer we straks weer naar buiten mogen, de quarantaine is opgeheven, ons gewone leven weer oppakken, misschien een beetje zijn veranderd? Zal deze periode waarin wij allemaal hebben moeten vrezen voor ons leven en die van onze geliefden ons hebben gelouterd? 

Zolang we op deze existentiële vragen als samenleving nog geen eensluidend antwoord hebben, zou de overheid ook met de maatregelen die zij nu al neemt, niet moeten voorsorteren op business as usual, waar het toch alle schijn van heeft.

Is het daarom niet beter om de bedrijven op dit moment juist niet actief te steunen door er geld in te pompen, zeker nu wij nog niet weten welke bedrijven na deze crisis nog steeds belangrijk voor ons zijn? Tegen welke lat wij het bedrijfsleven überhaupt moeten leggen? Is het soms een idee als de overheid haar burgers direct zou gaan ondersteunen, door iedereen, elke ingezetene, een inkomen te geven waarmee men de komende tijd de noodzakelijke boodschappen kan blijven doen, en ondertussen – zeker zolang de quarantaine duurt – het belastingstelsel maar even buiten werking te stellen? Zodat bedrijven verlost van loonkosten en fiscus deze periode kunnen overleven en ons de tijd wordt gegund om na te denken over hoe de wereld eruit zou moeten zien als we deze crisis te boven zijn? Hoe we onze economie dan willen inrichten? Welke bedrijven we dan de moeite waard vinden om overeind te houden, en welke bij nader inzien toch maar beter kunnen liquideren? 

Hoe zwaar telt de winstgevendheid van bedrijven in deze overwegingen, of beoordelen we hen dan op andere waarden zoals maatschappelijke relevantie, sociale impact en regeneratie van het ecosysteem? Vinden we tegen die tijd nog steeds dat geld de maat der dingen is of dat het weer gewoon een middel is geworden zoals het altijd was? 

Het is maar een idee dat we hier schetsen. Maar geeft toe, wel een aanlokkelijk idee.

Erik Friedeberg en Bert Rorije

Initiatiefnemers van de coöperatie Manifesto, de accountant en business coach van betekenisvolle ondernemers.